Er was eens een man die achter zijn computer ging zitten om zomaar in het wilde weg een verhaaltje te gaan schrijven. Hij deed dat bijna elke dag en had vrijwel altijd een idee waar hij over wilde schrijven. Maar soms waren er van die dagen dat hij ergens aan begon maar dat hij merkte dat het niet helemaal lekker ging. De zinnen liepen dan niet en er kwam ook niet echt iets fatsoenlijks op papier. Gelukkig maakte de man zich daar niet zo druk om. Meestal liep hij even weg van zijn computer om een sigaretje te roken of een bakje koffie te drinken. En als hij dan terug kwam en begon te typen kwamen er zowaar zinvolle (of minder zinvolle maar wel grappige) dingen op papier. En voor hij er erg in had was hij een paar alinea’s verder en stond er een enigszins samenhangend verhaal. Dat gaf hem vaak veel voldoening.
Maar op een dag, ik weet het nog goed. Het was op een donderdag zat de man weer achter zijn computer. Hij typte wat woorden en haalde ze net zo snel weer weg als dat hij ze getypt had. En zo ging dat een paar keer achter elkaar.
“Tijd voor een sigaretje”, zei hij tegen zichzelf. Hij liep naar de tuin en ging op het schommelbankje bij de vijver zitten. Stak een heerlijk sigaretje op (ondanks dat het stoptober was) en genoot van de eerste diepe hijs. Hij schommelde wat op en neer en dacht gewoon even helemaal nergens aan. Al snel was het sigaretje op en wandelde de man weer terug naar zijn computer en nam plaats. Voor hem een leeg Word document, geen letters, niks, leeg. Net als zijn hoofd.
De man staarde nog even naar het blanco velletje op zijn beeldscherm en daarna naar zijn handen die boven het toetsenbord hingen. Maar er gebeurde niks. De man zuchtte een keer diep, sloot zijn computer af en dacht: Niks moet en alles mag en morgen weer een nieuwe dag!
